🏠Home📝Blog
Skip to main content

FOSDEM 2026 - terug naar de werkelijkheid

· 13 min read
Ruben van der Linde
Software Developer

De trein dendert door het Belgische landschap. Buiten glijden weilanden voorbij, binnen zit ik met een lauwe koffie en een hoofd vol indrukken. Twee dagen FOSDEM. Twee dagen open source halleluja. En nu terug naar de werkelijkheid – naar aanbestedingen, naar vergaderingen, naar de dagelijkse praktijk waarin "open source overwegen" nog te vaak een checkbox is.

Maar dit jaar voelt anders. Iets is verschoven. En terwijl de trein Antwerpen passeert, probeer ik te begrijpen wat.

Station Brussel-Zuid: vertrek uit een andere wereld

FOSDEM is altijd al een apart universum geweest. Achtduizend developers, hackers, nerds en idealisten die samenkomen op de campus van de ULB om te praten over code, vrijheid en de toekomst van software.1 Gratis toegang, vrijwillig georganiseerd, gesponsord door niemand die je iets probeert te verkopen. Een utopie van twee dagen waarin de wereld draait zoals die zou moeten draaien: open, transparant, collaboratief.

Maar dit jaar was het voller dan ooit. De gangen zaten dicht. Devrooms liepen over. Mensen stonden drie rijen dik voor presentaties over onderwerpen die vijf jaar geleden hooguit twintig man trokken.2 Digitale soevereiniteit. Europese samenwerking. Overheid en open source. De onderwerpen die wij al jaren bepleiten – opeens mainstream.

En er is iets anders dit jaar. Er zijn twee lagen ontstaan op FOSDEM – een beweging die eerder is ingezet, maar dit jaar onmiskenbaar zichtbaar werd.

De eerste laag is de traditionele FOSDEM-laag. De nerds. De hackers. De mensen die debatteren over welke text editor superieur is, die kernel-patches reviewen in de gang, die enthousiast worden van een nieuwe Rust-feature. De mensen die hier komen omdat code hun passie is, niet hun werk.

Maar dwars door die laag loopt nu een tweede: de overheden. Tussen de hoodies en de laptopstickers zie je opeens ambtenaren. Provincies waren er. Waterschappen. Het Rijk. En niet alleen Nederland – de Duitse, Franse en Deense overheden hadden dit jaar samen bijna een soort subcampus ingericht. Een parallelle wereld binnen de wereld, waar de gesprekken niet gingen over code, maar over beleid. Over oplossingen. Over hoe we hier verder mee gaan.

Je zag ze bij elkaar staan in de gangen, koffie in de hand, pratend over implementaties en aanbestedingen terwijl om hen heen developers discussieerden over merge conflicts. Twee talen, één campus. Het was fascinerend om te zien – en veelzeggend. FOSDEM is niet langer alleen van de hackers. De overheid heeft een plek geclaimd.

Wat is er gebeurd? Tja, Trump.

Maar zo voor de Nederlandse grens vraag je je af: wat is nou de afdronk?

Geopolitiek. Dat is er gebeurd.

De Groenland-crisis. De ICC-affaire waarbij Microsoft accounts blokkeerde na Amerikaanse sancties.3 Trump's tarieven op Europese landen. De groeiende onrust over afhankelijkheid van Amerikaanse techgiganten. Opeens is digitale soevereiniteit geen academische discussie meer, maar een kwestie van nationale veiligheid.4

En dat merk je op FOSDEM. Waar vroeger alleen developers en idealisten rondliepen, zie je nu overhemden tussen de hoodies. Beleidsmedewerkers van ministeries. OSPO-managers van grote organisaties. Mensen die niet komen om code te schrijven, maar om te begrijpen hoe die code hun probleem kan oplossen.

De Nederlandse delegatie was indrukwekkend dit jaar. BZK was er.5 VWS was er. OSPO's van verschillende overheidsorganisaties. Mensen die normaal gesproken in vergaderzalen zitten, stonden nu in overvolle devrooms. Het contrast was soms komisch – een ambtenaar in een gestreken overhemd naast een hacker in een t-shirt met "I void warranties" – maar ook hoopgevend. De werelden raken elkaar.

Maar wat dit jaar écht anders maakt: de ambtenaren kwamen niet alleen luisteren. Ze kwamen ook brengen. Voorgaande jaren zag je overheden vooral in het publiek zitten, aantekeningen makend, vragen stellend over wat mogelijk zou zijn. Dit jaar stonden ze op het podium. Niet alleen Duitsland met openDesk en Frankrijk met La Suite – dat waren we al gewend – maar ook Nederland vertelde over wat we al gedaan hebben. Niet over plannen en visies en roadmaps, maar over werkende implementaties. Over Mijn Bureau dat daadwerkelijk draait. Over gemeenten die OpenZaak in productie hebben. Over lessen geleerd, niet lessen te leren.

Dat is een wezenlijk verschil. Van "we zouden willen" naar "we hebben gedaan". Van toekomstmuziek naar track record. En dat merk je in de gesprekken – er wordt concreter gepraat, praktischer, met meer zelfvertrouwen. Europa praat niet langer alleen over digitale soevereiniteit. Europa bouwt het.

Voorbij de grens: Europese harmonieën

Het mooiste van dit FOSDEM was de zichtbare afstemming tussen landen. Frankrijk met La Suite – inmiddels gebruikt door meer dan 600.000 ambtenaren.6 Duitsland met openDesk – geadopteerd door het ICC, het Duitse leger, en natuurlijk ook heel Sleeswijk-Holstein.7 En Nederland met OpenBSW en Mijn Bureau – ons oranje antwoord op dezelfde vraag.

Drie landen, drie implementaties, maar gedeelde componenten en één gedeelde visie: open source werkplekken voor de publieke sector, los van Amerikaanse afhankelijkheden. En het mooie is: ze praten met elkaar. Ze delen componenten. Ze bouwen voort op elkaars werk.8

Bijzonder waardevol waren de gesprekken met de Deense delegatie. Denemarken worstelt met dezelfde vragen als wij: hoe krijg je open source van de grond bij lokale overheden? Waar ligt de grens van wat gemeenten zelf kunnen ontwikkelen, en wat moet je centraal organiseren? De Denen zijn eerlijk over de uitdagingen – niet elke gemeente heeft de capaciteit om zelf te bouwen, en dat hoeft ook niet. Maar ze kunnen wel samenwerken, hergebruiken, en samen optrekken met leveranciers die de open source filosofie begrijpen. Het was verfrissend om te horen dat wij niet de enigen zijn die hiermee worstelen, en dat de antwoorden langzaam vorm krijgen.

In de devroom "Building Europe's Public Digital Infrastructure" zag je het samenkomen.9 Presentaties over federatieve architecturen. Discussies over hoe je Nextcloud, Collabora en Matrix aan elkaar knoopt. Technische sessies, ja, maar met beleidsmakers op de eerste rij die aantekeningen maakten. De kloof tussen code en beleid wordt smaller.

EuroStack – het Europese antwoord op de Amerikaanse hyperscalers – begint ook serieus vorm te krijgen.10 De naam viel dit jaar vaker dan ooit. Maar eerlijk is eerlijk: de focus ligt nog steeds vooral op werkplekoplossingen. Email, documenten, videobellen. Dat is belangrijk, maar het is pas het begin.

Wat wel hoopgevend is: de volgende stap tekent zich af. Er was veel te doen over gefederaliseerde register-oplossingen – de gedachte dat data niet meer in één centrale silo hoeft te zitten, maar verspreid kan leven en toch bevraagbaar blijft. Dit sluit aan bij wat wij in Common Ground al jaren prediken: data bij de bron, applicaties los van de data. En nu komt diezelfde boodschap vanuit de Europese Commissie. 2026 wordt het jaar waarin het lostrekken van applicaties en data serieus op de agenda komt – niet als techneuten-hobby, maar als Europees beleid. De Commissie ziet dit als logische vervolgstap na de werkplek: eerst soevereine tools om mee te werken, dan soevereine manieren om data te beheren en delen.

Voor Common Ground is dit tweeledig. Aan de ene kant is het een enorme bevestiging – wat wij al jaren roepen, wordt nu Europees beleid. De architectuurprincipes die we in Nederland hebben ontwikkeld, worden gelegitimeerd op continentaal niveau. Dat geeft rugdekking, dat geeft momentum, dat maakt het makkelijker om bestuurders mee te krijgen.

Maar er zit ook een schaduwzijde aan. Als Europa generieke data-componenten gaat bouwen, wat betekent dat voor de componenten die wij al hebben? OpenRegister, de registers die gemeenten nu implementeren – worden die straks ingehaald door Europese alternatieven? Het is een reële vraag. De Europese schaal brengt meer resources, meer developers, meer politieke backing. Dat kan betekenen dat Nederlandse oplossingen worden opgenomen in iets groters – of worden vervangen.

Het is geen reden voor paniek, maar wel voor alertheid. We moeten zorgen dat we aan tafel zitten als die Europese componenten worden ontworpen. Dat onze ervaring meetelt. Dat Common Ground niet wordt overschaduwd, maar wordt erkend als de voorloper die het is. De kunst wordt om mee te bouwen aan Europa zonder onszelf weg te cijferen.

De echte uitdaging – Europese alternatieven voor cloud-infrastructuur, voor AI, voor data-analyse – ligt nog grotendeels voor ons. Maar de richting is gezet.

Maar reizend door Frans, Nederlands én Duits sprekend België kun je jezelf niet onttrekken aan de vraag: hoe werkt dit zo samen?

Er is iets geks aan de hand op FOSDEM, en ik kan het niet helemaal plaatsen.

Aan de ene kant is het nog steeds een hackersconferentie. Devrooms over obscure programmeertalen. Presentaties over hoe je een Raspberry Pi omtovert tot een synthesizer. Mensen die enthousiast worden van kernel-optimalisaties. De sfeer van "we bouwen dit omdat het kan, omdat het leuk is, omdat code vrij hoort te zijn."

Aan de andere kant is er een hele beleidslaag ontstaan. De EU Policy devroom.11 De Government Collaboration track. Sessies over de Cyber Resilience Act en wat die betekent voor open source maintainers.12 Mensen in pakken die praten over procurement en compliance en strategische autonomie.

Het zijn twee werelden die op hetzelfde evenement bestaan, maar elkaar niet altijd begrijpen. De hacker die een cool project bouwt, weet niet altijd dat zijn code straks misschien in een Europees ministerie draait. De beleidsmaker die enthousiast is over digitale soevereiniteit, begrijpt niet altijd de cultuur van vrijwilligers en maintainers die dit mogelijk maken.

En toch – en dit is misschien wel de belangrijkste observatie – beginnen die werelden te versmelten. De hacker die ook meedenkt over beleid. De ambtenaar die ook code leert lezen. De OSPO-manager die de brug slaat. FOSDEM wordt langzaam een plek waar techniek en beleid elkaar ontmoeten, niet als tegenstanders, maar als bondgenoten. Ik vraag me af of de jongen met het "I void warranties" t-shirt deze wending had zien aankomen twee jaar geleden.

En na het passeren van de Nederlandse grens vraag je jezelf af: wat betekent dit voor onze gemeenten?

De trein rijdt Nederland binnen. Vertrouwd landschap, vertrouwde taal op de borden. En de vraag dringt zich op: wat kunnen Nederlandse gemeenten hiermee?

Want laten we eerlijk zijn – de meeste gemeenten zitten nog vast in Microsoft-land. Exchange voor mail, SharePoint voor documenten, Teams voor vergaderen. Contracten die doorlopen, leveranciers die bekend zijn, medewerkers die gewend zijn aan de knoppen. De stap naar open source voelt voor veel gemeentesecretarissen als een sprong in het diepe.

Maar FOSDEM laat zien dat die sprong niet meer blind hoeft te zijn. Er is een vangnet ontstaan. Mijn Bureau is geen experiment meer – het is een werkend alternatief met Europese backing. OpenZaak draait bij tientallen gemeenten. Nextcloud wordt aangeboden door KPN op Nederlandse servers. De puzzelstukjes liggen klaar.

Wat gemeenten nu kunnen doen is simpel: begin. Niet met een big bang migratie, maar met een pilot. Eén afdeling op Nextcloud. Eén team dat Mijn Bureau test. Eén zaaksysteem op OpenZaak. Leer, evalueer, schaal op. De gemeenten die dit al doen – en die waren ook op FOSDEM, pratend over hun ervaringen – bewijzen dat het kan.

En het mooie is: je hoeft het niet alleen te doen. Common Ground bestaat precies hiervoor – samen ontwikkelen, samen leren, samen sterker. De Duitse en Franse ervaringen zijn beschikbaar. De code is open. De community groeit. De vraag is niet meer óf het kan, maar of je durft te beginnen.

Het is dan ook grappig om na FOSDEM meteen door te reizen naar de werkconferentie Common Ground. Fair enough, waarschijnlijk net geen achtduizend man. Maar wel weer overheden en leveranciers die samen problemen oplossen.

Amsterdam Centraal: terug in de werkelijkheid

De trein mindert vaart. Amsterdam komt in zicht. De realiteit van maandag dient zich aan.

Maar er is hoop dit jaar. Meer dan anders.

Vrijdag – daags voor FOSDEM – werden we verrast door het coalitieakkoord. Digitale autonomie als leidend principe. Open source als criterium bij inkoop. Europese infrastructuur als ambitie.13 Woorden die we al jaren willen horen, nu zwart op wit in een regeringsakkoord. Of het ook daden worden, moeten we afwachten. Maar het feit dat het er staat, is al een overwinning.

En dan FOSDEM zelf. De volle zalen bij sessies over digitale soevereiniteit. De zichtbare aanwezigheid van Nederlandse beleidsmakers. De Europese samenwerking die geen papieren tijger is, maar werkende code oplevert. Het gevoel dat er momentum is, dat de wind draait, dat open source niet langer een niche is maar een strategische noodzaak.

Uitstappen: wat neem ik mee?

De trein staat stil. Tijd om uit te stappen, terug de werkelijkheid in. Maar met een paar gedachten in mijn rugzak:

1. Open source is politiek geworden – en dat is goed. De tijd van "leuk voor nerds" is voorbij. Digitale soevereiniteit staat op de agenda van kabinetten en de Europese Commissie. Dat brengt nieuwe uitdagingen – bureaucratie, compliance, politieke spelletjes – maar ook kansen om écht impact te maken.

2. Europa werkt samen – eindelijk. Frankrijk, Duitsland, Nederland, en inmiddels nog meer landen bouwen samen aan alternatieven. Niet als concurrenten, maar als partners. Common Ground, La Suite, openDesk – het zijn puzzelstukjes van dezelfde puzzel.

3. De hacker en de ambtenaar hebben elkaar nodig – meer dan ooit. De een bouwt de code, de ander maakt het beleid. Geen van beiden kan zonder de ander. FOSDEM laat zien dat die samenwerking mogelijk is, maar het vraagt inspanning van beide kanten.

4. Het is pas het begin – werkplekoplossingen zijn mooi, maar de echte strijd gaat over infrastructuur. Over cloud. Over AI. Over data. EuroStack moet groeien van concept naar realiteit. Dat kost tijd, geld en politieke wil.

Tot volgend jaar

De deuren gaan open. Amsterdam verwelkomt me met regen en een koude wind. De magie van FOSDEM verdampt langzaam terwijl ik naar de uitgang loop.

Maar ergens blijft de hoop. Het gevoel dat dit jaar anders was. Dat er iets verschuift. Dat de utopie van open source – transparant, collaboratief, vrij – langzaam de realiteit van beleid en overheid binnendruppelt.

Volgend jaar weer. Weer twee dagen halleluja. En hopelijk, tegen die tijd, nog meer bewijs dat de woorden van dit coalitieakkoord ook daden zijn geworden.

Tot dan. De werkelijkheid wacht.


Gerelateerd: FOSDEM | Common Ground | EuroStack | openDesk | La Suite

Bronnen

Footnotes

  1. FOSDEM - About FOSDEM - Achtduizend+ bezoekers jaarlijks

  2. gyptazy - FOSDEM 2026: Open Source, Digital Sovereignty, and Europe's Future - "FOSDEM was reaching or exceeding its natural limits"

  3. The Register - International Criminal Court dumps Microsoft Office

  4. iBestuur - Kabinet lanceert visie digitale autonomie en soevereiniteit

  5. Eigen waarneming FOSDEM 2026

  6. Open Overheid - Met open source bouwen aan de werkomgeving van de toekomst - La Suite en Tchap door 600.000 Franse ambtenaren

  7. ZenDiS - openDesk at FOSDEM - Sleeswijk-Holstein reduceert Microsoft-licenties naar 1% in 2029

  8. FOSDEM 2025 - Making Workspaces Work Together (And Across Borders) - Presentatie over Frans-Duitse samenwerking

  9. FOSDEM - Building Europe's Public Digital Infrastructure devroom

  10. EuroStack - Building Europe's digital future

  11. FOSDEM - Open Source & EU Policy devroom

  12. OpenSSF - From Policy to Practical Security at FOSDEM 2026

  13. Rijksoverheid - Coalitieakkoord 2026-2030